HET IS TIJD VOOR TIJD

 

 

 

Download dit verhaal als PDF-bestand door op de afbeelding te klikken
Zo kun je het lezen waar en wanneer je wilt, met of zonder WiFi.
Of lees hieronder meteen lekker verder

 


 

 

Proloog

 

‘Nee…’ fluisterde Sanny met een samengeknepen keel, nadat het heftige nieuws tot haar doorgedrongen was. Ze verroerde zich in eerste instantie niet; ze was in shock, verlamd. Na ongeveer een halve minuut, nam een intens gevoel van ernstig verdriet en verderf haar met zijn scherpe klauwen genadeloos beet. Ze besefte wat ze zojuist hoorde. Ze duizelde. Op haar knieën viel ze neer en huilde vanuit haar diepste binnenste. ‘Neeee!’ schreeuwde ze. ‘Niet tante Nelly!’ Sanny’s moeder keek emotieloos toe hoe haar dochter rouwde, alsof het een schouwspel was.
Ooit was de oma van Sanny ontslapen toen ze nog maar een baby’tje was. Daar weet ze niets meer van. Maar nu, als vijftienjarige, was ze oud genoeg om te begrijpen dat de dood van haar lievelingstante haar hele leven zou beïnvloeden, achtervolgen. Haar vader bukte om Sanny te troosten. Ze viel als een lappenpop in zijn sterke armen, niet in staat ooit nog eens op te staan…

 

 

De prachtige flora in de voortuin van Sanny dansen in de zachte zomerwind. De zon begroet haar met haar warmte als teken dat er droogte heerst. Net nu ze van plan is de rozerode duizendschonen water te geven, klingelt haar beltoon. Ze ziet dat het haar moeder is. De blik op haar gezicht verklapt dat ze geen zin heeft om op te nemen, omdat ze enigszins al weet wat ze kan verwachten: moeders die een klaaglied voordraagt over hoe ze haar dochter zo mist. Een lichte schuldgevoel overspoelt direct haar gedachten. Ze neemt het terug en swipet snel met haar duim naar rechts.
‘Met Sanny?’
‘Dag lieverd… stoor ik je?’
‘Nee hoor, vertel het eens.’
‘Nou, ik vroeg me gewoon af hoe het met je gaat. Ik zit nu binnen, in mijn eentje, omdat het hier regent in dit koude kikkerlandje. Ik mis je wel, hoor, ik denk heel vaak aan je,’ zegt ze aan één stuk door. ‘Wanneer ben je van plan hiernaartoe te komen?’ Het lijkt alsof haar moeder dit woordenversje heeft geoefend. Sanny zag dit van verre aankomen. Haar oren klapperden bij de zin ‘’in mijn eentje’’, alsof ze het extra wilde benadrukken. Het is al iets van de vijftigste keer dat haar moeder dit aan haar vraagt.
‘Mam… mijn leven is hier in Frankrijk. Ik was twee weken geleden nog bij je!’ Als ze aan Nederland denkt, krijgt ze kippenvel. Het liefst wilt ze daar nooit meer heen. Het snijdt alle oude wonden weer open. ‘Je moet begrijpen dat we niet regelmatig langs kunnen komen, hoe graag we het ook willen. Ik bedoel, we hebben werk, school…’ Stilte aan de andere kant van de lijn.
‘Ja…’ zucht haar moeder, ‘soms wenste ik dat ik de tijd weer terug kon draaien.’ Sanny weet niet wat ze met haar moeders directheid aan moet. Ze wordt er nogal ongemakkelijk van.
‘Waar zijn je nieuwe vriendinnen?’ vraagt ze maar. ‘Je had toch een thee-vriendin, hoe heet ze…? Madeleine?’
‘Ja, Meddie noemen we haar. Maar ze is een beetje dement aan het worden. Ik kan dat niet te lang aanzien, want dan weet ik dat mijn tijd ook nadert.’
‘Ach mam, jij bent toch nog niet zover?’
‘Neuh…’ Er valt een kleine stilte. Sanny weet niet wat ze moet zeggen, opgelucht dat haar moeder verder gaat: ‘Ben wel te jong voor iedereen. Ze dwalen hier allemaal rond als verloren bejaarden met rollators. Maar ik niet, hoor. Ik vertik het! De verzorgsters willen mij iedere keer helpen opstaan, maar dan roep ik dat ik het zelf wel kan. Ze blijven het doen, ik word er moe van…’ Sanny grinnikt. Ze vindt het inderdaad niets voor haar moeder, zo mobiel en jong van geest als dat ze nog is, al is ze best op leeftijd. Ze kreeg Sanny pas toen ze midden-dertig was. Sanny kijkt op haar scherm. De tijd vertelt dat het bijna twaalf uur ’s middags is.
‘Oei mam, ik moet hangen, de kinderen ophalen.’
‘O ja, da’s prima… Wat gaan jullie zo doen?’ Sanny denkt na.
‘Eh, ik heb een knutselmiddag georganiseerd. Het is woensdag, dus dan zijn ze eerder vrij van school. Maar eerst gaan we een hapje eten.’
‘Leuk, wat staat er op het menu?’
‘Bagels.’ Ze heeft door dat haar moeder tijd aan het rekken is. Toch hoort ze in haar stem wel een oprechte interesse. ‘Mam, ik moet nu echt gaan. Ik wil niet zo’n ouder zijn die te laat komt voor haar kinderen.’
‘Ja, schat. Binnenkort maar hiernaartoe. Dan ga ik ook met ze knutselen. En dan kunnen ze mij Frans leren. Die taal heb ik altijd al goed willen spreken.’ Er valt een steen in Sanny’s maag. Ten eerste omdat haar moeder zo aandringt et deuxièmement: omdat het lijkt alsof ze net alles tegen een muur heeft staan te vertellen. Zelfs stenen lijken soms beter te luisteren dan mama, dacht Sanny in haar hoofd.
‘Is goed.’ Ze liet haar maar. Ergens had ze ook wel met haar te doen; een sprankeltje medelijden kreeg ze. ‘Rustig aan, mam. Ik spreek je.’
‘Dag, schat. Dag…’ De teleurstelling in haar moeders stem was duidelijk hoorbaar.

 

 

 

 

18 jaar geleden.

 

 

‘Sanny, kom eens naar beneden!’ riep haar moeder van onderaan de trap. ‘Joehoe, San… Ik wil dat je nú naar beneden komt!’ De negenjarige Sanny had het geroep allang gehoord, maar zo snel kon ze zich toch niet verzetten? Of ze moest kunnen teleporteren.
‘Wat is er?’ vroeg ze toen ze eenmaal de trap afliep en haar moeder aantrof.
‘Hier, een tientje. Je moet zelf voor avondeten zorgen. Mama gaat even weg met de meiden.’
‘Alweer?’
‘Ja, lieverd.’ Sanny dacht na.
‘Maar… papa zou toch thuiskomen vandaag? Hij had beloofd samen te eten.’
‘Plannen zijn gewijzigd, hij had onverwacht een belangrijke afspraak en komt laat thuis.’ In gedachte rolde Sanny met haar ogen. Tuurlijk.
‘Ik wil dat je verder niemand uitnodigt, begrepen? En hou je koest.’ Sanny kende dit hele riedeltje al. ‘Nou kus, mama moet gaan.’ Zonder dat ze er erg in had, gaf ze al een smak op Sanny’s wang en maakte vervolgens aanstalten om weg te lopen.
‘Mam…?’ vroeg Sanny voorzichtig. Haar moeder draaide zich om. ‘Jaaa?’ Een lichte irritatie was te horen in haar stem.
‘Hoe laat kom je weer thuis?’
‘Weet ik niet, schat. Rond een uur of elf-twaalf?’ Opnieuw liep ze richting de voordeur. ‘We houden contact via de sms. Ik moet nu echt gaan, hoor. Ze wachten op me. Dag lieverd!’ En met een dof, maar hard geluid viel de voordeur dicht.
Sanny werd eenzaam achtergelaten in het grote, echoënde huis. Zoals bijna elke avond.

 

‘’Met Carla, ik ben er even niet. Spreek iets in na de piep.’’ Het was al half één ’s nachts en haar ouders waren nóg niet thuis. Sanny raakte een beetje in paniek. Haar vader nam ook al niet op. Er was toch niets gebeurd? Ze vond het eng om alleen te slapen. Het huis was oud en kraakte, ondanks de renovatie. Haar vingers drukten wanhopig het nummer in van haar tante, tante Nelly. Dat was de paar jaar oudere zus van haar moeder. Sanny belde haar tante zo vaak, dat ze het nummer inmiddels uit haar hoofd kende.
‘Hallo?’ zei een slaperige, maar vertrouwde en warme stem. De tranen, die Sanny al die tijd had ingehouden, stroomden over. Ze huilde door de telefoon, ze kon zich niet bedwingen. ‘Och lieffie, ben jij het?’ Tante Nel had door de moeheid niet goed gezien dat Sanny belde, maar ze herkende haar stem direct. ‘Hé, shh… rustig maar, meissie. Wat is er aan de hand, doe eens vertellen…’

 

Sanny knipperde met haar ogen. Langzaam veranderde haar vage droom naar de realiteit. Ze werd wakker van twee bekende stemmen die ruzie met elkaar leken te hebben. Ze nam de omgeving in haar op. Een ander bed, een ander huis. Ze was vergeten dat ze hier was.
‘Ach man, stel je niet zo aan. Zo ken ik je, als een aansteller.’ Het gesprek dat Sanny hoorde liep op. Ze kwam overeind. Spitste haar oren.
‘Aanstellen? Jaja… jij bent grappig, Carla. Want je kijkt gewoon in een spiegel. Je bent geen haar beter dan ik.’ Gestommel. ‘Ik snap wel dat ze mij als moeder ziet. Je bent veel te vaak weg. En die man van jou ook.’
‘Hou Wijnand erbuiten, alsjeblieft!’
‘O, dus je geeft het toe? Ja nee, dat dacht ik al.’ Er kwam iemand naar boven toe geraasd. Sanny schoof snel de dekens weer onder en deed alsof ze sliep. Eigenlijk wist ze niet echt waarom. Het voelde veiliger, concludeerde ze uiteindelijk.
‘Sanny! Waar ben je?’ Haar hart bonkte van de spanning. Dit betekende niet veel goeds. De logeerkamerdeur ging open. Het was haar moeder die verwilderd in de opening stond. ‘Sanny, opstaan. We gaan naar huis.’ Bibberend draaide ze zich richting haar moeder en keek haar in de ogen aan. ‘Kleed je om.’ Mama die er altijd sjiek uitzag, stond er nu bij als een slons, vond Sanny. Onderdanig kroop ze uit bed. Het leek of ze steeds meer van elkaar distantieerden, ze wist niet wie die vrouw was die met een lege blik terug staarde. De muur die tussen hen in stond, leek met de dag groter en dikker te worden.

 

‘Ik wil niet meer dat je naar tante Nelly gaat.’ Sanny en haar moeder zaten in de auto, terug naar huis. ‘Voorlopig heb je geen contact meer met haar. Er wordt ook niet stiekem gebeld, begrepen?’
‘Maar mam…’
‘Nee, geen gemaar. Vanaf nu wil ik er niets meer over horen.’ Sanny groef haar poppengezichtje in haar handen, waardoor haar rossige lokken naar voren vielen. Haar schouders schokten op en neer van het snikken. Het akelig idee dat ze haar lieve tante een tijdje lang niet meer zou zien, voelde als een messensteek in haar hart. Ze wist dat ze wijs haar mond moest houden, anders kreeg ze ervan langs. Was het niet van mama, dan wel van papa. ‘Weg met die krokodillentranen! Had je ’s nachts maar niet zomaar weg moeten lopen.’ Ik liep niet weg, dacht Sanny, tante Nel haalde me op. Kinderlogica. Ze zei het maar niet hardop, dat durfde ze niet. Haar moeder keek met een kille blik over het stuur heen, gefocust op de weg.
Niet veel later sloeg ze rechtsaf om een straatje in te gaan, maar een voetganger kwam ook aangelopen en ze botste met een zachte dreun tegen hem op. Misschien was ze toch niet gefocust genoeg. ‘Hé hallo… kijk waar je loopt!’ De man keek haar met grote vraagtekens aan. Zijn mond vormden een aantal woorden, maar ze konden het niet verstaan. Gezien zijn boze frons was het vast niet zo aardig. ‘Zie? Dit is allemaal jouw schuld. Door jou kan ik me niet concentreren! Alleen maar omdat jij zo nodig wegsloop van huis.’ Sanny voelde dat haar verdriet omgezet werd naar boosheid. Ze vond het onredelijk dat haar moeder haar hier zomaar de schuld van gaf. En ze sloop niet weg, ze was bang en zocht veiligheid. Waarom begreep ze dat niet? Volgens mij had mama vannacht gewoon teveel gedronken met al die nep-vriendinnen, dacht ze. Daar rook ze in ieder geval wel naar.

 

De lente brak aan. Huppelend net als de lammetjes in de wei, kwam Sanny thuis van school. Met grote vreugde liet ze haar tas vol met dolfijnenspullen op de grond vallen. ‘Pap!’ riep ze. Haar vader zat in zijn kantoortje te werken achter zijn computer.
‘Nu even niet, Sanny…’
‘Maar ik heb een negen gehaald voor mijn spreekbeurt!’
‘Sanny, wat zeg ik nou? Ik ben bezig!’ Haar vader zag er gestrest uit. ‘Je weet dat je niet zomaar binnen mag komen als de deur dicht is.’ Sanny’s gezicht vertrok.
‘Maar… hij was op een kier…’
‘Hou eens op met dat gemaar de hele tijd. Ik spreek je straks tijdens het eten.’ Sanny’s lip begon te trillen.
‘Waar is mama?’ vroeg ze voorzichtig. Haar vader zuchtte.
‘Weet ik niet,’ antwoorde hij geërgerd, ‘zoek het even uit.’ Hij wapperde daarbij met zijn hand. Ruw pakte ze haar dolfijnentas weer op en liep stampvoetend het kantoortje uit. ‘En sluit de deur achter je!’ riep hij nog na. Alsof ze dat zelf al niet had bedacht. Met een rake klap viel de deur dicht, de ramen trilden ervan. Dat was niet helemaal de bedoeling en ze schrok van haar daad, maar ze was zo gefrustreerd dat het als vanzelf ging. Razendsnel rende ze naar boven, bang dat haar vader achter haar aankwam omdat ze te hard de kantoordeur dicht smeet. Bovenaan de trap keek ze nog eens achterom. Ze hoorde niemand. Haar vaders werk was blijkbaar te belangrijk om achter haar aan te snellen. Normaal zou hij dat wel doen om haar op haar kop te geven.
Trillend liet ze zich op bed vallen en barstte in tranen uit. Op dit soort momenten miste ze tante Nel. Die zou trots op haar zijn geweest als ze het goede nieuws over haar spreekbeurt hoorde. Het borrelde in haar om toch stiekem haar tante te bellen. Ze bedacht wat ze kon doen, maar realiseerde zich al snel dat er geen optie was. Moeders had haar mobieltje afgepakt en in een kluis bewaard. Haar vader was iemand die elke maand de afschriften van de telefoonrekening bestudeerde. Tenslotte kon ze afgeluisterd worden, want de telefoon in het kantoor en in de woonkamer hadden één verbindingslijn. Haar vader kennende belde hij er best vaak mee naar het buitenland. Ze legde zich er maar bij neer. Wat miste ze haar tante. Ze had haar al langer dan een maand niet meer gesproken. Ernaartoe lopen was ook geen optie, de afstand was daarvoor net te groot. Door deze feiten moest ze nog harder huilen.

 

De vriendinnetjes van Sanny waren vandaag niet thuis. Ze verveelde zich een beetje. Het was lekker zonnig weer. Het liefst ging ze op avontuur uit. In haar eentje buiten spelen was saai, dus pakte ze haar tekenblok er maar bij. Terwijl ze tekende, dacht ze terug aan de tijd dat haar moeder jaloers werd op tante Nel. Haar oom vroeg op een dag in Sanny’s peuterjaren wat haar lievelingsdier was. ‘Een dolfijn natuurlijk!’ vulde tante Nelly voor Sanny in. Ze zag namelijk hoe verlegen ze was en niet durfde te antwoorden. ‘Ja,’ ging tante verder, ‘mede door de losse woordjes die je in dolfijn hoort: ‘’dol’’ en ‘’fijn’’, toch San?’ Lachend stootte ze Sanny aan. Ze moest ervan giebelen en sprong bij haar tante op schoot. Dat deed ze als ze zich gewaardeerd voelde. Tante wiegde haar heen en weer toen Sanny aan het duimen geslagen was. Ze veegde de haren van haar nichtje aan de kant en gaf haar een dikke kus op haar voorhoofd. Sanny’s moeder keek met geknepen ogen toe, omdat ze niet kon hebben dat zij niet wist wat haar lievelingsdier was en haar zus wel. Ook kon ze dit liefdevolle beeld niet aanzien. Ze wilde meteen naar huis. ‘Ik dacht dat jullie zouden blijven eten,’ zei tante Nelly nog verbaast.
‘Nee. Ik was vergeten dat ik nog een pastasalade in de koelkast heb. Die moet op.’ Verbijsterd lieten ze oom en tante achter. Thuis aten ze die avond patat en geen koude pastasalade, wist Sanny nog. Als vier-vijfjarig hummeltje, merkte ze al dat er iets niet pluis was. Nu, als ze er zo over nadacht, kon ze er duidelijk uit halen dat haar moeder last had van jaloezie. Dezer dagen nog steeds. Het is nooit weggegaan. Maar ja, vulde Sanny aan in haar hoofd, dat doet ze allemaal zelf…
De tekening was af. Het was een tekening van Sanny die aan het skeeleren was met tante Nel. Dat deden ze wel eens. Iedereen in haar klas wilden ook zo’n stoere tante. Jammer genoeg hadden ze nog steeds geen contact met elkaar. Ze kan de woorden van tante Nel nog herinneren: ‘Mag ik je adopteren, klein ding van me?’ Het is maar goed dat Sanny’s moeder daar niet bij stond.

 

 

 

‘O-oh!’ Sanny slaat geschrokken een hand voor haar mond, als ze in de verte ziet dat haar zevenjarige zoon Luc struikelt van het rennen. Het was een flinke val. Marie grijpt zonder twijfelen in en schiet haar tweelingbroertje te hulp. Als Luc overeind krabbelt en zijn geschaafde knie observeert, raapt Marie zijn broodtrommel op en stopt het vervolgens terug in zijn rugzak. Ze ritst hem maar meteen dicht, haar broertje kennende. De moeders die met Sanny voor het hek van het schoolplein staan, turen mee.
‘Wat een goede aanvulling,’ lacht één van de Françaises. ‘Doet ze dat altijd zo uit zichzelf?’ Sanny knikt met gesloten ogen en een lach, een teken van trots.
‘Ik hoef niets te zeggen. Luc vult haar weer aan met wereldkennis, de wijsneus.’ Marie geeft Sanny een knuffel alsof ze elkaar eeuwen niet hebben gezien. Luc komt wankelend aangewaggeld. ‘Laat me je knie eens bekijken.’ Sanny ziet dat het een beetje bebloed is. ‘Zal ik je optillen en naar huis dragen?’ vraagt ze voor de gein, knipogend naar de andere moeders.
‘Het gaat wel, hoor.’ Luc wordt ongemakkelijk. Hij vindt het verschrikkelijk als mama hem zo voorschut zet en dat weet ze. Ze geeft hem een aai over zijn bol. ‘Nou hup, naar huis.’ Luc en Marie zwaaien naar hun schoolvriendjes.
‘Tot morgen!’ roepen ze beide in koor.

 

‘Papa is thuis!’ Luc vergeet de pijn in zijn knie en klimt als een aapje bovenop zijn vader. Marie wacht netjes, maar hoopvol totdat hij zijn arm om haar heen slaat. Een vertederende aanblik, vindt Sanny. Ze krijgt er een warm gevoel bij.
‘Schuiven jullie meteen aan? Kijk…’ Jean, haar Franse man, wijst naar de vier glazen op het aanrecht. Ik heb smoothies gemaakt.’ Vrijwel het enige gezonde wat de tweeling lust, weten de ouders.
‘Lekker!’ Lucs nu nog hoge stemmetje slaat over van enthousiasme.
‘A-ah,’ corrigeert Sanny haar gezin. ‘Vandaag is de week van de Nederlandse taal, weten jullie nog?’ Ze kijkt voornamelijk naar Jean, omdat hij begon. Ze tikt streng, maar met een ondeugende glimlach met haar vinger op de keukenkalender. Ze worden drietalig opgevoed. Samen hebben ze afgesproken om elke week een andere taal te spreken. De ene week Frans en de andere weken weer Nederlands en Engels. Zo wordt er steeds gerouleerd. Behalve buitenshuis, zoals op school en op het werk, dan spreken ze te allen tijde Frans. De omschakeling willen ze nog wel eens vergeten.
‘We dachten dat je straks pas thuis zou komen,’ Marie kijkt blij verrast naar papa. Samen genieten ze van de laatste happen.
‘Nou, toen mama begon over het knutselen, had papa geen zin meer om te werken.’ Jean trekt geheimzinnig zijn wenkbrauwen op naar Sanny. Ze weet dat hij zit te dollen. Lachend en met haar armen over elkaar, schudt ze haar hoofd.
‘Wat gaan we maken?’ vraagt Luc, terwijl hij zijn met smoothie besmeurde mondhoeken aflikt. Iedereen is uitgegeten. Sanny kijkt naar buiten, naar een vlinder die op een luikje van het raam rust.
‘Ik heb een beter idee… Pak jullie zwemspullen maar, want het is veel te warm om binnen te zitten.’ De tweeling schiet van hun stoel en beide gooien ze hun armpjes blij in de lucht.
‘Jaaaa!’ roepen ze. Samen stormen ze naar boven richting hun kamers en botsen giechelend half tegen elkaar op. Luc komt na een paar seconden weer terug gerend.
‘Gaan we naar LAC DE SAINT-FERÈOL?’ vraagt hij buiten adem. Zo weet hij wat hij mee moet nemen. Als ze naar dat meer zouden gaan, wilde hij natuurlijk zijn opblaasbare waterscooter klaarzetten. Die heeft hij gekregen nadat hij honderdtachtig keer zijn kamer heeft opgeruimd. Zo gaat er na elke beurt een euro in zijn persoonlijke spaarpot. Marie was iemand die het van de huishoudelijke taken moest hebben. Zij was namelijk iemand die haar kamer al netjes hield. Na haar verdiende euro’s, kreeg zij een complete keyboard set. Sanny kijkt bedenkelijk. Ze knikt.
‘Als jij dat wilt, mijn jongen, gaan we daarheen.’ Luc maakt een enthousiaste beweging met zijn hand, wat lijkt op het achteruit trekken van een autohandrem.
‘Yesss…’ Sanny weet dat ze haar kleine boefjes hiermee blij kan maken, al hadden ze knutselen ook wel leuk gevonden, daar niet van.
‘Nou, nu ik ga maar weer naar het werk,’ grapt Jean. ‘Kwam ik helemaal naar huis voor het knutselen, gaan we zwemmen, pff.’ Grinnikend geeft Sanny haar man een duw.
‘Grappenmaker!’ Hij aait haar over haar rug. Sanny voelt zich gezegend met haar fijne gezin. Ze is compleet.

 

 

 

 

Zondag. Niets-doe-dag. Althans, er wordt wel wat gedaan, er is slechts geen ruimte voor overbodige afspraken en verplichtingen. Al voordat de tweeling geboren was, hebben Sanny en Jean een wekelijkse dimanche paresseux ingewilligd. Dat is een regel die nooit verbroken wordt. Alle schermpjes gaan uit of op stil. Het wordt pas gebruikt als het echt van toepassing is. Ouderwetse bord- en balspelletjes worden van de stoffige zolder gehaald. Er is alleen nog maar tijd en aandacht voor elkaar. Soms wandelen ze samen door de frisse dennenbossen of ze bakken koekjes. Elke week is het feest.
De schaduwen bewegen door het licht van de brandende geurkaarsen. Vandaag heeft de tweeling bedacht eten te bestellen. Het regent en ze hebben geen zin om de deur uit te gaan. Ze zijn dol op de Thaise kokossoep. Sanny pakt haar telefoon uit de kast om te bellen met de leverancier, maar er verschijnen twee gemiste oproepen van haar moeder.
‘Nee, toch…?’ Ze klikt op het belicoontje en beluistert de voicemail.
‘’Dag lieverd, met mam. Ik… ik mis je heel erg. Ik heb niemand om mee te praten, dus ik da-‘’ Sanny drukt het weg.
‘Nu even niet, mam,’ mompelt ze zachtjes. ‘Het is tijd voor mijn gezin.’ Ze twijfelt. Ze weet niet of dit een crue zet was. Bedenkelijk kijkt ze terug op de dagen waarop ze haar moeder het hardst nodig had. Ze was er niet voor haar. Ze was er nóóit. Soms heeft Sanny het gevoel dat ze de vergeten tijd moet inhalen. Met het idee dat haar moeder weduwe is, heeft ze best wel moeite; niemand lijkt haar nu op te vangen. Jean vindt het haar verdiende loon. Hij heeft Sanny van dichtbij meegemaakt, hoe ze zo verbitterd was geraakt over haar helse verleden. Ze leek een uitgeperste citroen. Geen man die door haar argwaan voor haar viel, maar Jean zag allang hoe bijzonder ze was. Hij heeft haar weer ‘’levend’’ gemaakt. En daar was ze. Als ze nu een kleur was geweest, was ze mintgroen. Fris en toegankelijk.
‘Mam, waar blijf je? Het is jouw beurt,’ roept Luc. Sanny schrikt op uit haar gedachten. O ja, het bordspel…
‘Ik kom eraan, lieverd!’ Snel toetst ze het nummer in van de Thai. Ze vindt dat haar schuldgevoelens geen plek verdienen in haar hart. Haar moeder heeft haar kansen gehad en die heeft ze twintig jaren lang niet gegrepen.

 

Sanny schaterlacht van het grappige beeld dat ze ziet, als ze zich omdraait na de borden afgedroogd te hebben. Luc en Marie verkleed als cowboy en boef. Aan decor hebben ze een cactus en een nep-paard neer gestald. Ze gaan een toneelstukje voordragen, ze zijn uitgeoefend. Met hun ielige armpjes maken ze van links naar rechts een boogje over hun hoofd en wijzen vervolgens naar elkaar.
‘Teeaam Jeanny!’ roept de tweeling, terwijl ze dat doen.
Papa doet kort de techniek. Als speciaal effect hoor je het welbekende wild western muziekje. Sanny kan moeilijk haar lach inhouden. Die gekkigheid hebben ze van hun pa, de creativiteit van haar.
Terwijl Sanny kijkt, bedenkt ze zich dat ze alles aan haar kinderen wilt geven wat zij nooit kreeg. Alle liefde en warmte die zij ooit mistte in haar leven, daar heeft elk kind recht op.
‘Je moet de kinderen niet teveel vertroetelen,’ heeft Jean ooit gezegd. ‘Daar worden ze preuts door. Als dát is wat je wilt?’ Ze hebben er nog best een zware discussie over gehad samen. De tweeling was niet thuis. Moeilijke onenigheden die hen niets aan ging, voerden de ouders altijd uit hun zicht. Jean merkte dat Sanny dacht de kinderen de eerste paar jaren vrijheid te geven, maar door haar onwetendheid hield ze hen juist gevangen. Spontaan groeiden de grijze haren over haar kruin, al is ze momenteel pas zevenentwintig jaar. Overbezorgd was ze. ‘Laat hen wat meer los. Op een dag moeten ze het toch allemaal zélf doen.’
Sanny kon dat niet van hem aannemen: ‘Als je wilt dat de kinderen worden als wat er ooit van mij is gemaakt, dan moet je het zelf weten, Jean!’
‘Dat is toch ook niet wat ik zeg? Ik heb nooit gezegd dat je als je ouders moet zijn.’ Sanny’s hart brak bij die woorden. Jean verbeelde iets met zijn handen op de keukentafel. ‘Het is niet het één of het ander, San. Maar… laten we een middenweg vinden. Oké?’ Sanny sloeg haar ogen neer. Ze liet haar tranen de vrije loop, weet ze nog. Ze wist dat hij gelijk had. Het was de waarheid waar ze niet aan toe durfde te geven. Jean kreeg medelijden met haar en begreep zijn vrouw ergens ook wel. Die angst die ze had. Hij naderde tot haar en sloeg zijn gespierde mannenarmen – al was hij vrij slank – stevig om haar heen. Hij wreef over haar onderrug, suste haar. ‘Hé… we komen er wel uit…’
Sanny corrigeert zichzelf in haar gedachten: mijn kinderen krijgen veel, maar niet álles.
Luc duikt als zijnde sheriff de zelfgebouwde coulissen in. ‘Nee! De boef is ontsnapt en valt me aan. Help!’ Hij laat zichzelf vallen, waardoor je ‘’op het podium’’ alleen zijn hoofdje en armen tevoorschijn ziet komen. Langzaam wordt hij de coulissen in gesleept, doordat de boef ongezien aan zijn benen trekt. Boef Sem loopt met een gemene gniffel op. De uitpuilende buit draagt ze met zich mee in een jute zak. ‘De sheriff is uitgeschakeld. En nu, nu ben ik voor altijd vrij!’ Ze maakt aanstalten om weg te lopen, maar houdt haar pas in. ‘En rijk,’ vult ze aan met een ondeugende knipoog. Een monsterlijke lach echoot uit haar mond, terwijl ze verdwijnt. Boef af. Luc komt weer op, maar nu als een ander toneelfiguur: als cowboy Ray, de verhalen verteller die er aan het begin ook was. Hij vervolgt met een Amerikaans accent: ‘’Ouch, dat heeft de boef weer knap voor elkaar. En dat voor de tweede keer. Zal de sheriff ooit nog wakker worden om de boef te vangen?’ Hij pakt zijn nep-pistolen uit zijn riem en kruist ze op zijn borst. ‘To be continued…’ Met zijn ogen gesloten buigt hij zijn hoofd. Marie komt na een paar seconden weer op en ontvangt samen met Luc het applaus. Sanny grijnst terwijl ze klapt. Wat een kleine opdonders. Van Jean krijgen ze een staande ovatie.
‘Prachtig!’ juicht hij enthousiast. ‘Echt werkelijk waar, top gedaan!’ Sanny weet dat haar man achterlijk zit te doen. Ze geeft hem een por in zijn zij.
‘Papa wil ook aandacht,’ grapt ze.
‘Volgende keer speel ik mee, hoor. Dan laat ik mama eens zien wat ik in huis heb.’ Jean maakt er een dramatische beweging bij. Iedereen schiet in de lach. Luc komt met een top idee.
‘Nee, wacht. Volgende keer gaan papa en mama samen.’
‘Ja!’ roept Marie. ‘Dan halen we popcorn en nodig ik mijn vriendinnetjes uit.’
‘Nou jongens, dat hoeft nou ook weer niet.’ Sanny krijgt het warm bij dat verzinsel. Jean mengt zich al in de ideeën van zijn tweeling en gooit er nog een schepje bovenop.
‘Nee, we nodigen de hele buurt uit en dan gaan we…’
‘Mama gaat dat niet doen, hoor!’ Ze merkt dat ze niet door hun enthousiasme heen komt. Ze zucht en laat haar hand tussen haar ogen rusten. Laat hen maar lekker babbelen, denkt ze. Hoofdschuddend kijkt ze toe hoe haar man verandert in een gestoorde bosuil. Ik dacht dat ik twee kinderen had in plaats van drie, denkt ze lachend in zichzelf.

 

 

 

Epiloog

 

Kerngezond, was ze. Niemand wist de reden van haar plotselinge dood. Sanny vuurde af op haar moeder: ‘Heb je nu wat je wilt, mij voor jou alleen?’ vroeg ze. Ontroostbaar was ze. ‘Volgens mij geniet je hier gewoon van!’ Sanny’s moeder voelde zich stiekem betrapt; hoe kon haar dochter toch altijd zo door haar heen prikken? Ze schaamde zich lichtelijk voor haar gevoelens die Sanny geraden had.
‘Zeg, ik heb haar niet vermoord, als je dat soms dacht…?’
‘Ja nou, ik had het niet gek gevonden.’ Keiharde woorden. Zo koud en hard als de stenen die op het graf van tante Nelly waren gelegd. Voor het eerst, sinds zij haar laatste adem uitblies, druppelde er een zoute traan langs de wang van Sanny’s moeder. Niet om haar zus, maar om de bitterheid van haar dochter die ze nooit eerder zag. Sanny zou nooit zo om mij rouwen als zij nu om Nelly rouwt, maakten haar gedachten haar wijs.

 

Sanny verruilde de inmiddels verdorde bloemen voor een nieuw bosje. Black Eyed Susans, de favorieten van tante Nel. Elke week kwam ze een bezoekje brengen aan haar graf. Dit keer nam ze ook een dolfijnenknuffel mee. Ze gaf het een mooi plekje. Volgens haar was zij de enige die samen met haar oom tantes graf verzorgde. De vriendinnen van Sanny vertelden haar dat ze af en toe tegen haar tante moest gaan praten. Daar zouden ze beide van opfleuren. Sanny geloofde daar niet in, ze vond het irritant als ze dat zeiden. Dood is dood, vond ze. Al hoopte ze diep vanbinnen elkaar toch ooit weer eens te zien…   

C’EST LA VIE.

 

 


 

De levensles:

Voor alle (jonge) moeders en dus ook voor al mijn lieve schoolvriendinnetjes die inmiddels kinderen dragen: wat zijn we hard gegroeid, hè? In een oogwenk… Besef dat jouw kleintjes dat ook zullen doen: groeien. Neem hen niet voor lief. Je hebt een wondertje op de wereld gezet. Er bestaat geen tijdmachine. Geef hen dus alle nodige aandacht en zorgen, voordat ze aan hun eigen leven beginnen. Dit geldt natuurlijk ook voor alle vaders.

Wees een voorbeeld, zo goed als je kunt. Kinderen observeren jou meer dan je denkt. Ze zijn wijs, al zijn ze zo piepjong. Zij weten wat ze zien en onthouden veel. Wat jullie achterlaten, zullen ze meenemen hun toekomst in. Voor Sanny had het ook anders af kunnen lopen: zij die net als haar moeder was geworden. Echter koos ze daar niet voor. Ze hechtte liever alle einden weer aan elkaar, – met hulp van haar man – ook al wist ze dat de littekens haar leven lang zouden bestaan. Wel stopte het met bloeden.

Pas op dat je net als Sanny je kinderen niet teveel vertroetelt. Ze moeten nou eenmaal sterk gemaakt worden. De realiteit is soms een vijand van de mensheid, maar daar wordt men hard van. Je draagt uiteindelijk een onzichtbaar pantser, waardoor je meer aankunt.

De dood is een moeilijk begrip, maar er is hoop. Sanny pakte haar leven weer op. Niet met gemak, dat zeker niet, maar mogelijk is het wel. Eén dierbare verloor ze uit het oog, maar drie kreeg ze ervoor terug. Zo zijn er meerdere mensen als Sanny die in deze situatie verkeren en verder gaan. Handig is het jezelf wel de tijd te gunnen om het te verwerken en door het rouwproces heen te komen. Stop niets weg.